Spring naar inhoud

WarmtelinQ in het kort

WarmtelinQ is een ondergrondse hoofdtransportleiding voor heet water. De leiding wordt aangelegd om woningen en bedrijven in Zuid-Holland te verwarmen. De warmte is afkomstig van industrieën in de Rotterdamse haven. De leiding loopt van de Rotterdamse haven via Vlaardingen naar Den Haag. Begin 2022 is gestart met de aanleg van de leiding van Vlaardingen naar Den Haag.

In juli 2022 is ook het officiële startsein voor de aanleg van de ondergrondse warmteleiding van Rijswijk naar Leiden gegeven. Naar verwachting zal in de loop van 2025 de aanleg van de uitbreiding starten en kan medio 2027 de eerste warmte aan Leiden en omliggende gemeenten geleverd worden. De warmte kan ook in de kassen worden gebruikt. Daarom wordt onderzoek gedaan naar aftakkingen naar het Westland en Oostland.

Een warmtedistributienet is een verwarmingssysteem, waarbij gebouwen worden verwarmd via een ondergronds netwerk van warmwaterleidingen. Een warmtenet bestaat uit aanvoer- en retourleidingen die warm water van een of meerdere warmtebronnen naar een eindgebruiker brengen. Het water wordt in het net opgewarmd door een warmtebron, bijvoorbeeld aardwarmte of warmte die vrijkomt bij processen in de industrie en verder niet kan worden gebruikt door de industrie zelf (restwarmte). Deze restwarmte wordt anders door de industrie geloosd in een rivier (oppervlaktewater) of in de lucht.

Via het warmtenet kunnen huizen of bedrijven, zoals bijvoorbeeld kassen in de glastuinbouw, kantoren en winkels worden verwarmd. Warmtenetten zijn al lange tijd bekend en beproefd. De oudste warmtenetten in Nederland liggen sinds 1923 in Utrecht. In diverse landen, zoals bijvoorbeeld Zweden, Denemarken, Duitsland, Oostenrijk, Frankrijk en de VS wordt al tientallen jaren hiervan gebruik gemaakt. Ook in Nederland bestaan al (kleinere) warmtenetten, in Zuid-Holland is dat bijvoorbeeld in Den Haag, Rotterdam, Leiden en de kassen in het Oost- en Westland. 

Zuid-Holland staat, net als de rest van Nederland, voor een flinke uitdaging: in 2050 moet de energievoorziening (nagenoeg) CO2-neutraal zijn. Om dat te bereiken is onder meer een andere warmtevoorziening voor woningen en bedrijven nodig. Die worden nu vooral verwarmd met aardgas, voor het grootste deel door individuele cv-ketels. Met een warmtenet is het mogelijk duurzame warmte te vervoeren en te gebruiken. 

Warmte is nodig voor de energietransitie in Zuid-Holland. Zuid-Holland werkt net als de rest van Nederland aan het (nagenoeg) CO2-vrij maken van de energievoorziening voor 2050. Dit betekent dat inwoners en bedrijven (waaronder de glastuinbouw) die nu vooral aardgas gebruiken, over moeten schakelen naar een andere duurzamere bron voor warmte. Omdat er in Zuid-Holland veel oudere hoogbouw is en dicht bij elkaar is gebouwd, is de overstap naar warmte via een warmtenet in veel gevallen relatief goedkoop en makkelijk. Warmte is in Zuid-Holland juist in grote hoeveelheden beschikbaar, vooral restwarmte uit Rotterdam. Ook is er veel geothermiepotentie in de regio en zijn er kleine, duurzame lokale bronnen beschikbaar.  

Zuid-Holland is erg geschikt voor een warmtenet. Er zijn veel gebieden met dichte, bestaande (hoog)bouw, er ligt al een aantal warmtenetten en er is veel regionale (rest)warmte beschikbaar, vooral in de haven van Rotterdam. Daardoor is een warmtenet in Zuid-Holland een aantrekkelijk en betaalbaar alternatief voor aardgas. Om dit regionale warmtenet te kunnen ontwikkelen heeft de provincie Zuid-Holland het concept van de zogenaamde ‘warmterotonde’ bedacht, een systeem van regionale warmtetransportleidingen waarmee de bestaande en nieuwe warmtenetten kunnen worden bevoorraad.

Dat is afhankelijk van de plannen die de gemeenten opstellen. Via WarmtelinQ Vlaardingen – Den Haag kunnen de gemeenten Vlaardingen, Schiedam, Midden-Delfland, Delft, Rijswijk en Den Haag van restwarmte worden voorzien. Via de leiding van Rijswijk naar Leiden kunnen de gemeenten Leidschendam-Voorburg, Zoeterwoude, Leiderdorp, Voorschoten, Wassenaar, Katwijk, Oegstgeest en Leiden van warmte worden voorzien. Het gaat dan om warmte voor ongeveer 50.000 woningen. Bij enkele gemeenten langs het tracé worden zogenoemde T-stukken aangelegd waardoor gemeenten op termijn warmtedistributienetten kunnen aansluiten. Via een mogelijke aftakleiding bij Delft kan in de toekomst ook warmte beschikbaar komen voor de glastuinbouw in het Westland en Oostland. 

WarmtelinQ legt een hoofdtransportnet aan en levert geen warmte aan individuele woningen of (bedrijfs)panden. Dit hoofdtransportnet wordt aangesloten op lokale en regionale warmtenetten die weer warmte aan woningen en gebouwen leveren. De gemeente bepaalt welke buurten op een warmtenet worden aangesloten. Op de website van uw gemeente vindt u hier meer informatie over. Voor de gemeente Den Haag staat dit bijvoorbeeld in de transitievisie warmte (TVW). In de adreszoeker kunt u vinden wat voor uw buurt de beste oplossing is voor duurzaam verwarmen en water. Kijk daarvoor op: denhaag.nl/adreszoeker. Zodra andere gemeenten meer over aansluiting op het warmtenetwerk op hun website hebben geplaatst zullen we dat hier delen. 

Het tracé bestaat uit twee leidingen - een aanvoer- en een retourleiding – die parallel liggen. 
Het tracé voor Westland en voor Oostland moeten nog bepaald worden, dus hoe lang deze worden is nog niet bekend. 
Het tracé Vlaardingen Den Haag is ca. 23,4 km lang 
Het tracé Rijswijk-Leiden is ca. 25,6 km lang 
Het tracé Vlaardingen-Vondelingenplaat is ca. 6,5 km lang 

Op 8 november 2021 heeft Gasunie definitief besloten om het tracédeel van Vlaardingen naar Den Haag aan te leggen. In het voorjaar van 2022 zijn de werkzaamheden voor dit tracé begonnen. In juni 2022 is ook het startsein gegeven voor de aanleg van de uitbreiding van Rijswijk naar Leiden. Dit tracé zit nog in de participatie- en besluitvormingsfase. Lees hier meer over op de website van de provincie.

Voor de aanleg van de leiding zullen er bomen gekapt moeten worden. Daarover zijn afspraken gemaakt: gemeentes, de Bomenwacht en Gasunie kijken samen hoe er zo veel mogelijk bomen kunnen blijven staan. Waar dat niet kan, worden na afloop van de werkzaamheden nieuwe bomen en nieuw groen geplant. Als dat niet mogelijk is, worden die op een andere plek in de gemeente geplant.

Lees hier een interview met Arend de Wilde en Simon van der Burg die onderzoek deden naar de impact van de aanleg op flora en fauna.

Het pompstation heeft als doel om de warmte van de bron (ingang) naar het eindpunt (uitgang) te pompen. Dit zorgt ervoor dat het water in het gesloten systeem rondgepompt wordt en het systeem op druk blijft.

Die Q komt niet zomaar ergens vandaan. Het is de energetische term voor warmte en daarnaast is het een rondje met een aftakking, want dit transportnet krijgt meerdere afslagen. 

Een tracé is een afgebakend stuk weg of een plan, ontwerp van een weg. Bij WarmtelinQ is dat de afstand waar warmteleidingen worden aangelegd. Een ander woord voor tracé is ook wel route of traject. Bij WarmtelinQ kennen we er drie: tracé Vlaardingen – Den Haag (in aanleg), tracé Rijswijk – Leiden (in ontwikkeling) en tracé Vondelingenplaat – Vlaardingen (in ontwikkeling). 

Een T-stuk in een warmtetransportnetwerk is een onderdeel van de leidingen dat wordt gebruikt om de stroom van warmtedragers, zoals heet water of stoom, te splitsen of te combineren. Het wordt meestal gebruikt op punten waar de hoofdleiding (de aanvoer van warmte) zich opsplitst naar meerdere vertakkingen, zoals bij het aansluiten van een gebouw op het warmtenet. In een warmtetransportnetwerk, zoals een stadsverwarming, is een T-stuk nodig om de warmte vanaf de hoofdleiding naar verschillende gebouwen of woningen te brengen. Bijvoorbeeld, als er een vertakking nodig is om een straat of een wijk aan te sluiten, wordt een T-stuk in de leiding geplaatst om deze verbinding mogelijk te maken.

De diameter van een leiding is 70 centimeter en de isolatielaag is 10 centimeter dik.

Het water is 120 graden op de heenweg en 70 graden op de terugweg.