Spring naar inhoud

Aanlegmethoden

WarmtelinQ is een belangrijk onderdeel van de energietransitie. De aanleg van de leiding van WarmtelinQ gebeurt voor een groot deel van het tracé (Vlaardingen-Den Haag) onder de grond. Dat is niet alleen mooier, maar maakt de kans op beschadigingen van de grond kleiner. De aanleg van WarmtelinQ kan op verschillende manieren worden uitgevoerd. Hieronder vindt u een overzicht van de vier meest gebruikte aanlegtechnieken met daarbij een uitleg.

Open ontgraving

Bij een open ontgraving maken we een sleuf in de stoep of straat. Dit gebeurt meestal met een graafmachine. De leiding leggen we vervolgens in de sleuf, waarna we de sleufweer dichtmaken.

Grote leidingen

De leidingen voor WarmtelinQ zijn groot. Ze hebben een doorsnede van zo’n 90 centimeter. We plaatsen twee leidingen naast elkaar: één voor de aanvoer van warm water en één voor het terugbrengen van afgekoeld water. Een sleuf voor twee van dergelijke leidingen naast elkaar, is minstens 2,5 meter breed.

Expansielussen

Op verschillende plaatsen in het traject komen zogenaamde expansielussen. Die zijn nodig omdat er warm water door de leidingen wordt getransporteerd. Door temperatuurwisselingen in het water krimpen de leidingen of zetten ze uit. Zonder deze lussen zou dat uitzetten naar boven toe kunnen gebeuren en dat is niet wenselijk.

Open ontgraving WarmelinQ - bekijk de animatie in het Nederlands
Open ontgraving (open excavation) WarmtelinQ - watch with English subtitles

Gesloten front boring (GFT-boring)

Een gesloten frontboring zetten we in om leidingen onder dichtbevolkt gebied en rotondes of wegen door te laten gaan.

Startplek

Bij een gesloten frontboring boren we van een startschacht naar een ontvangstschacht. Deze schachten worden gemaakt door met behulp van stalen damwanden een stuk grond af te scheiden van de omliggende grond. Daarna graven we binnen die damwanden de aarde weg. Zo ontstaat een afgebakende ruimte in de grond.

Boren

We laten eerst de boorkop en vervolgens delen van de leiding in de startschacht zakken. We zagen een gat in de damwand waar we de boorkop tegenaan zetten. De boorkop duwen we de grond in richting de ontvangstschacht. We lassen steeds een nieuw stuk leiding vast aan het voorgaande deel, zodat de leiding verder de grond in wordt geduwd. Zo ontstaat een lange leiding van startpunt naar eindpunt.

GFT-boring WarmtelinQ - bekijk de animatie in het Nederlands
GFT-boring (microtunneling) WarmtelinQ - watch with English subtitles

Gestuurde boring (HDD)

Een gestuurde boring zetten we in om leidingen onder rivieren, kanalen en grote wegen door te laten gaan. Horizontaal gestuurd boren gebeurt in drie stappen.

Stap 1

In deze eerste stap duwen we holle stalen buizen met voorop een boorkop van beginpunt naar eindpunt. Dit gebeurt heel nauwkeuring aan de hand van GPS. De buizen zijn hol om boorvloeistof naar de boorkop te transporteren en herbergen ook een kabel voor het ophalen van de informatie uit het meettool.

Stap 2

De tweede stap bij een horizontaal gestuurde boring, is het verruimen van het boorgat. Dat doen we door op het eindpunt de boorkop te vervangen door een ‘ruimer’. Dat is een stuk gereedschap waarmee een cirkelvormig gat groter gemaakt wordt. Daarna trekken we de holle stalen buizen waar de ruimer aan zit, terug van het eindpunt naar het startpunt. Tijdens dit terugtrekken vergroot de ruimer het boorgat. Het boorgat wordt op dit moment ook gevuld met een vloeistof genaamd bentoniet (een vloeibare klei). Zo klapt het boorgat niet dicht. Omdat de leiding voor WarmtelinQ een diameter heeft van zo’n 90 centimeter, herhalen we deze stap meerdere keren met een steeds grotere ‘ruimer’, totdat het gat net iets groter is dan de leiding.

Stap 3

De laatste stap in het proces is het trekken van de warmtetransportleiding. Als het boorgat groot genoeg is, koppelen we de boorstangen aan de definitieve leiding voor WarmtelinQ. Deze leiding, die de lengte heeft van de totaal te overbruggen afstand heeft, is vooraf aan elkaar gelast op de bouwplaats. We leggen de leiding op rollers, zodat hij soepel het boorgat ingetrokken kan worden.

HDD-boring WarmtelinQ - bekijk de animatie in het Nederlands
HDD-boring (Horizontal Directional Drilling) WarmtelinQ - watch with English subtitles

Inploegen

Bij de inploegtechniek wordt de leiding in de grond geploegd. Dit is een relatief snelle en makkelijke manier om de leiding aan te leggen. Het is vooral geschikt voor gebieden waar de grond zacht is en waar weinig bebouwing is.

Om te voorkomen dat de leidingen tijdens de werkzaamheden, als ze leeg zijn, omhoog komen, brengen we zogenaamde grondankers aan. Deze verankering bestaat uit een beugel over de leiding en drie lange stangen die 10-15 meter diep de grond in gaan. Aan het einde van elke stang zit een anker dat vast in een stevige bodemlaag.

Inploegen WarmtelinQ - bekijk de animatie in het Nederlands
Inploegen (ploughing) WarmtelinQ - watch with English subtitles

Silent Piler

Een silent piler is een machine die wordt gebruikt voor het aanbrengen van damwanden zonder veel geluid of trillingen te veroorzaken. Dit maakt het een stille en milieuvriendelijke methode om de warmtetransportleiding aan te leggen. De machine werkt door damwanden in de grond te drukken in plaats van te slaan of te trillen, wat gebruikelijk is bij traditionele methoden. 

Voordelen van de silent piler 

  1. Minder geluidsoverlast: Omdat de silent piler damwanden in de grond drukt in plaats van ze te slaan, produceert hij veel minder geluid. Dit is vooral gunstig in stedelijke gebieden of in de buurt van gevoelige locaties zoals ziekenhuizen en scholen. 
  2. Minder trillingen: De methode veroorzaakt weinig tot geen trillingen, wat belangrijk is in gebieden met oude of gevoelige gebouwen die door trillingen beschadigd kunnen raken. 
  3. Milieuvriendelijk: Door de verminderde geluidsoverlast en trillingen is deze methode minder storend voor de omgeving en het ecosysteem. 
  4. Geschikt voor nauwe ruimtes: De silent piler kan vaak in smalle of beperkte ruimtes worden gebruikt waar andere zware machines niet kunnen werken. 

Nadelen van de silent piler

  1. Langzamer: Het proces van het in de grond drukken van damwanden kan trager zijn dan traditionele methoden zoals het slaan of trillen van de wanden.
  2. Hogere kosten: De apparatuur en de operationele kosten van een silent piler kunnen hoger zijn dan die van traditionele methoden. 
  3. Beperkte toepassingsmogelijkheden: In sommige grondsoorten, zoals zeer harde of steenachtige bodem, kan het moeilijker zijn om de damwanden met een silent piler aan te brengen. 
Silent Piler - video over machine die wordt gebruikt voor het plaatsen van damwanden