Spring naar inhoud

Met een boogje om plant en dier heen

Ga je werkzaamheden uitvoeren in het dichtbebouwde Zuid-Holland, dan weet je zeker dat het passen en meten wordt. Wat doe je als er een boom in de weg staat? Of een vogel zijn nest op de werkweg heeft geparkeerd? Arend de Wilde (ecoloog) en Simon van der Burg (adviseur bomen) bekijken van meter tot meter wat er kan en mag.

Gasunie legt in Zuid-Holland een ondergrondse warmteleiding aan: WarmtelinQ. Het eerste stuk, 23 km van Vlaardingen naar Den Haag, is inmiddels ingetekend. In concept dan, want voordat de eerste schep de grond ingaat, moet wel aangetoond worden dat mens, boom en dier zo min mogelijk last hebben van de werkzaamheden. Het is slalommen tussen natuurgebieden, snelwegen, broedlocaties en monumentale bomen. En het betekent onderzoek, véél onderzoek, voordat je een vergunning kunt aanvragen om je graafmachines te starten.

Natuurtoets

Arend de Wilde is ecoloog bij Royal Haskoning DHV. Voor WarmtelinQ voerde hij een natuurtoets uit. Die is nodig om een vergunning en ontheffing te kunnen aanvragen voor de aanleg van de warmteleiding. Voor een natuurtoets gaat De Wilde, met de Wet natuurbescherming in de hand, na wat het effect van de werkzaamheden zal zijn, soms meter voor meter. Tijdens de werkzaamheden blijft 98% van het gebied ongerept. Bovendien wordt de leiding ingegraven en de sleuf weer netjes dichtgemaakt, dus het gaat het om een ‘tijdelijke verstoring’. Maar ook dat telt mee. De Wilde: “We willen zeker weten of een tijdelijke impact geen langdurige invloed heeft op dier- en plantensoorten.”

Arend de Wilde

Platte schijfhoorn

Het onderzoek is maatwerk; een weiland is nooit zomaar een weiland. De Wilde: “In het ene weiland barst het van de vogels, maar het volgende is strakgetrokken als een biljartlaken en daar zie je er niet één.” De Wilde maakt voor zijn onderzoek veel gebruik van de Nationale Databank Flora en Fauna. Daarin leggen (goed onderlegde) amateurs en professionals hun waarnemingen vast. Het zijn er vele miljoenen. Specialistische groepen rapporteren er bijvoorbeeld over het leefgebied van de platte schijfhoorn, een slak die alleen te vinden is tussen de waterplanten in schoon water. Met zo’n verspreidingskaart trekken De Wilde en zijn collega’s vervolgens het veld in om te kijken waar het beestje precies zit, wat de effecten van de werkzaamheden zullen zijn en of je de werkzaamheden om kwetsbare gebieden heen kunt plooien.

Berucht Paasweekend

“Het Paasweekend is onder bouwers berucht”, aldus De Wilde. “Het valt aan het begin van het broedseizoen, en dan ben je dus even drie dagen niet bezig en is het lekker stil op de bouwplaats. Voor je het weet ligt er dan een nest in je werkstrook.” Broedende beschermde vogels mag je niet verstoren, dat is wettelijk zo vastgelegd. Een maand wachten tot de eieren zijn uitgebroed dan maar? De Wilde: “Je kunt ook tijdig stokken met wapperende bouwlinten neerzetten in de hoop dat vogels even verderop gaan broeden. En in het buitengebied ligt het tracé van WarmtelinQ vlak langs de snelweg, die mijden vogels toch al. Je kunt trouwens ook goed om de nesten heen werken. We weten uit ervaring dat ze rustig blijven broeden als je 25 meter afstand houdt.” Op bijzondere plaatsen als het eco-aquaduct Zweth en Slinksloot, adviseert De Wilde extra aandacht. Dan wordt bijvoorbeeld een detailontwerp gemaakt voor een klein stukje tracé, om kwetsbare soorten te ontzien. De meeste projecten zijn geen verbetering voor de natuur, aldus De Wilde, maar hij is tevreden over het tracé: “De leiding ligt bijna overal op plaatsen waar ik geen of nauwelijks effecten verwacht.”

Simon van der Burg

2.000 bomen

Eiken, esdoorns, essen, wilgen, elzen, lindes…; langs het voorgenomen tracé tussen Vlaardingen en Den Haag staan ook nog zo’n 2.000 bomen. 1.800 daarvan zijn aan een nader onderzoek onderworpen. Dat was de taak van Simon van der Burg van Bomenwacht en zijn collega’s. Zij maakten de zogenoemde bomen effect analyse, die onderdeel is van de vergunningaanvraag. Elke boom wordt bekeken: wat is de conditie, hoe is de wortelkluit, staat hij scheef, heeft hij een eenzijdige kroon, wat is de levensverwachting? Zijn er graafwerkzaamheden gepland? Dan onderzoekt Van der Burg of de wortelkluit stabiel genoeg is om ertegen te kunnen. Zo wordt boom voor boom bepaald of hij kan blijven staan.

Vleugelnootboom

Voor sommige bijzondere bomen wordt alles uit de kast gehaald, want een monumentale eik hak je natuurlijk niet zomaar om. Het bleek bijvoorbeeld mogelijk om de leiding een stukje te verschuiven en zo 2 vleugelnootbomen te ontzien en er werd extra onderzoek gedaan naar de verplantbaarheid van bomen. Uitgraven en later terugzetten lijkt soms een oplossing, maar is in de praktijk erg lastig. Van der Burg: “Een boom die er 3 jaar staat, kún je soms nog verplanten. Maar eigenlijk is het beter om een nieuwe boom neer te zetten. Eiken en essen kunnen sowieso slecht tegen verplanten.” Desondanks worden bijvoorbeeld in overleg met de Stichting Boombehoud in Vlaardingen 2 grote moeraseiken uitgegraven en later teruggeplant, zij het niet precies op dezelfde plek. Ook de bodemsoort is een belangrijke factor. “We graven sleuven om te kunnen zien hoe het bodemprofiel eruit ziet. Zand heeft een heel losse structuur, dat valt er allemaal uit als je de wortels afsteekt en dan heb je geen kluit meer.” Ook als alles meezit is herplanten op dezelfde plek lang niet altijd mogelijk, omdat bomen met diepe wortels niet bovenop de leiding neergezet kunnen worden.

Verplantbaar

Kappen is soms, hoe je ook je best doet, de enige optie. Bij twijfel van de omgeving geeft Van der Burg een toelichting op zijn conclusies. In het geval van WarmtelinQ ging hij bijvoorbeeld samen met Gasunie in gesprek met Stichting Boombehoud in Vlaardingen en twee actieve bomenbelangengroepen in Den Haag.
Als alle onderzoeken helemaal compleet zijn, wordt in oktober de vergunningaanvraag ingediend en zijn de provincie Zuid-Holland en de gemeenten aan zet om, met de bevindingen van De Wilde en Van der Burg, te bepalen of Gasunie mag beginnen met de aanleg van WarmtelinQ.