Spring naar inhoud

Warmtenet op één voor succesvolle verduurzaming tuinbouw

Tuinbouwbedrijven die betaalbaar willen verduurzamen, doen er goed aan te kiezen voor een warmtenet om hun waren te verwarmen. Dat blijkt uit een studie van onderzoeksbureau CE Delft in opdracht van het ministerie van Klimaat en Groene Groei (KGG). Minister Hermans heeft begin april een brief over dit onderwerp naar de Tweede Kamer gestuurd.

Tomaten groeien aan wijnstokken in een kas.

Van aubergine tot tomaat

Aubergine, courgette, paprika, tomaat - veel smakelijks van wat er bij mensen thuis op de fruitschaal of in de koelkast ligt, komt van de tuinbouw in het Oost- en Westland. Willen hortensia’s en frambozen groeien, dan is er één ding essentieel: warmte. Tot voor kort werden de kassen waarin de komkommers en de champignons groeien, verwarmd met fossiele warmte. Gas, met name. Als de tuinbouwsector tijdig en betaalbaar wil verduurzamen, is een warmtenet het beste alternatief.

De glastuinbouwsector heeft zich gecommitteerd aan de vastgestelde klimaatdoelen. CE Delft becijfert dat dat doel voor de glastuinbouw bereikbaar is, op voorwaarde dat de infrastructuur die voor de verduurzaming nodig is, op tijd gereed is. Met andere woorden, hoe sneller er een dekkend warmtenet in het Oost- en Westland komt, hoe sneller tuinders en telers kunnen verduurzamen. WarmtelinQ kan deze restwarmte vóór 2030 en sneller dan andere opties beschikbaar maken voor het Oostland en Westland. Hiermee kan een flinke bijdrage geleverd worden aan het behalen van de klimaatdoelen van de tuinbouw.

Synergievoordelen

Restwarmte is voor het merendeel van de oppervlakte aan kassen het goedkoopste aardgasalternatief. Daarna komen luchtwarmtepompen en geothermie. Indien niet voor de goedkoopste optie wordt gekozen, maar voor de eerstvolgende optie, dan kan dit de tuinbouw per jaar 50 miljoen meer kosten. Voordeel van een warmtenet is dat niet alleen bedrijven kunnen worden aangesloten, maar dat ook woningen er gebruik van kunnen maken. Dit kan synergievoordelen bieden tussen kassen en woningen omdat de warmtevraagprofielen van de tuinbouw en gebouwde omgeving elkaar kunnen aanvullen. Als er in de stad geen warmte nodig is, dan kan de tuinbouw deze warmte vaak nog wel goed gebruiken.

Groep mensen in veiligheidshesjes en helmen poseert op een bouwlocatie.

Kennisuitwisseling

WarmtelinQ bracht recentelijk met een groot aantal partijen uit het Westland een bezoek aan het pompstation van WarmtelinQ in Delft. Zo worden energietransitie en verduurzaming werkelijkheid binnen handbereik. Klik hier voor de CE-Delft studie.