Klimaatminister Hermans bijgepraat over WarmtelinQ op Haagse bouwlocaties
Minister Sophie Hermans van het ministerie van Klimaat en Groene Groei bracht gisteren een werkbezoek aan WarmtelinQ, een belangrijk energietransitieproject van Gasunie. WarmtelinQ is een leiding die warmte uit de Rotterdamse haven transporteert om gebouwen in Zuid-Holland duurzaam te verwarmen.
Uitleg over werkzaamheden en omgevingscommunicatie
In Den Haag werd de minister verwelkomd door Willemien Terpstra, CEO van Gasunie en Ruud Bos, algemeen directeur van WarmtelinQ. Na een korte presentatie over warmtetransportnetwerk WarmtelinQ stapte het gezelschap op de fiets en werden twee bouwlocaties in het veld bezocht. Bij de De la Reyweg stond collega en toezichthouder Jan Jansen klaar om uitleg te geven over de werkzaamheden in de bouwkuip: in een open ontgraving legt aannemer Heijmans hier de warmtetransportleiding gefaseerd aan onder de weg.
Bij Wijkpark Transvaal vertelde omgevingsmanager Brenda Brunsveld hoe belangrijk het is om bij bouwwerkzaamheden met grote impact én in grootstedelijk gebied te investeren in een goede samenwerking en relatie met omwonenden, ondernemers en andere stakeholders.
"Indrukwekkend project"
Minister Hermans was enthousiast over wat ze in Den Haag heeft gezien en gehoord: "WarmtelinQ is een indrukwekkend project waar verschillende partijen samenwerken aan het verduurzamen van ons energiesysteem." Gasunie legt in opdracht van het ministerie van Klimaat en Groene Groei (voorheen Economische Zaken en Klimaat) en de provincie Zuid-Holland WarmtelinQ aan.
Over WarmtelinQ
Nederland wil in 2050 klimaatneutraal zijn. Het transportnetwerk van WarmtelinQ zorgt voor een betrouwbare, duurzame en toekomstbestendige warmtevoorziening in Zuid-Holland. Verschillende energiebronnen kunnen hierop worden aangesloten, zoals de warmte die vrijkomt tijdens industriële processen in de Rotterdamse haven. Warmte die anders verloren zou gaan, wordt nu hergebruikt om 120.000 huizen en bedrijven in Zuid-Holland te verwarmen. Dit betekent minder gasverbruik en een jaarlijkse CO2-reductie van 180.000 ton. Eind 2025 wordt het tracé Vlaardingen – Den Haag in gebruik genomen. Het tracé Vondelingenplaat – Vlaardingen volgt naar verwachting in de zomer van 2026, en tracé Rijswijk – Leiden is eind 2027 operationeel.