MER Rijswijk Leiden
Op deze pagina
Samenvatting Milieueffectrapportage (MER) Rijswijk - Leiden
Op deze pagina vindt u een korte samenvatting van de Milieueffectrapportage (MER). Hierin leggen we enkele onderzochte thema's uit. Deze samenvatting is niet volledig. Het volledige MER-rapport vindt u vanaf 5 juli 2024 op deze pagina van de provincie Zuid-Holland. We beginnen met algemene informatie. Daarna bespreken we de vier delen van de route Rijswijk - Leiden en de thema's die van toepassing zijn.
Waarom WarmtelinQ?
WarmtelinQ is een betrouwbare en duurzame warmtevoorziening waar meerdere energiebronnen op aangesloten kunnen worden. Met warmte die WarmtelinQ transporteert kunnen straks 120.000 woningen verwarmd worden, zonder gebruik van aardgas en met minder CO2-uitstoot. De aanleg van de leiding start in 2026 en wordt naar verwachting in het najaar van 2028 in gebruik genomen.
Wat is een Milieueffectrapportage (MER)
Een Milieueffectrapportage (MER) is een rapport waarin staat omschreven wat de invloed is van het project op de omgeving. Hierin staat wat er tijdens de aanleg en het gebruik van de leiding gebeurt met het milieu en de omgeving. Deze informatie helpt bij het nemen van beslissingen over het project.
Bij de MER gaan we uit van de grootste mogelijke effecten op de omgeving. We denken aan de ergste situaties die kunnen voorkomen en daar nemen we maatregelen tegen.
Wat is een Provinciaal Inpassingsplan (PIP)?
Een Provinciaal Inpassingsplan (hierna PIP) werd (vóór de Omgevingswet) gemaakt als het gaat om een project dat een provinciaal belang heeft en gemeente-overstijgend is. Het PIP moet na vaststelling in de gemeentelijke omgevingsplannen worden verwerkt.
Wat hebben we allemaal onderzocht
De effecten op:
Er is nog veel meer onderzocht voor de MER
Niet alle thema’s komen terug in deze samenvatting. Wilt u een volledig beeld? Kijk dan op deze pagina van de provincie Zuid-Holland voor de complete MER.
Wetgeving van toepassing
Voor het PIP en de MER is de wetgeving zoals die gold vóór 1 januari 2024 van toepassing, zoals de Wet milieubeheer, en niet de huidige wetgeving (de Omgevingswet). Dit omdat het ontwerp-PIP ter inzage is gelegd voordat de Omgevingswet op 1 januari 2024 van kracht werd.
Participatie
De afgelopen twee jaar hebben we met veel mensen gesproken. Inwoners, ondernemers en belangenorganisaties hebben deelgenomen aan online meetings, webinars, bijeenkomsten op locatie en één-op-één gesprekken. Waar mogelijk is hun input verwerkt in de plannen. In de ProjectAtlas kunt u zien welke input waar is verwerkt.
Welke rapporten zijn opgesteld
1. Notitie Reikwijdte en Detailniveau (NRD): beschrijving voornemen WarmtelinQ. In deze notitie zijn verschillende varianten van het leidingtracé beschreven. Daarnaast beschrijft de notitie welke milieueffecten in de MER worden onderzocht en op welk detailniveau.
2. Plan-Milieueffectrapportage (plan-MER): onderbouwing keuze voorkeursalternatief
3. Voorkeursalternatief (VKA) vaststellen (door Gedeputeerde Staten Provincie)
4. Project-Milieu Effect Rapportage (project-MER): onderbouwing milieueffecten realisatie
5. Provinciaal Inpassingsplan (PIP), combineren met eerste vergunningen
Planning Rijswijk-Leiden (voorlopig)
Aanlegmethoden deelgebieden
De leiding van WarmtelinQ wordt in de deelgebieden op drie verschillende manieren aangelegd. Van alle drie deze methoden hebben wij een animatie gemaakt die u hier kunt bekijken.
Deelgebied 1: Rijswijk, Den Haag, Leidschendam-Voorburg
Natuur: bomen
Als gevolg van de werkzaamheden worden op het tracé bomen verwijderd. In de gemeente Den Haag vindt dit bijvoorbeeld plaats op de Oude Middenweg en op de Gavi-kavel. Voor elke boom die gekapt wordt komt er een nieuwe in de plaats. Wat voor een soort bomen er terugkomen en waar deze geplaatst worden, vindt u terug in het herinrichtingsplan.
Bouwimpact: geluidsoverlast
In dit deelgebied kunnen omwonenden geluidsoverlast ervaren tijdens de aanlegfase. De aannemer die hier werkt, zal maatregelen nemen om dit te beperken. Deze maatregelen staan opgenomen in het Bereikbaarheid, Leefbaarheid, Veiligheid en Communicatie (BLVC) plan dat de aannemer zal opstellen. Denk aan het gebruiken van alternatieve werkmethoden, plaatsen van geluidsschermen en alleen overdag werken.
Bodem: ontplofbare oorlogsresten
Bij elk project in de Nederlandse bodem moet zorgvuldig onderzoek worden gedaan naar ontplofbare oorlogsresten. Voor WarmtelinQ is een zone van 80 meter rondom het traject en de werkterreinen onderzocht. Eerst is er een archiefonderzoek gedaan waarbij verschillende archieven zijn geraadpleegd over de oorlog in dit gebied. Zo is beoordeeld of er ontplofbare resten in de bodem kunnen zijn achtergebleven.
Op een groot deel van het traject bij Ypenburg Den Haag, Leidschendam-Voorburg en een klein deel in Rijswijk kunnen ontplofbare oorlogsresten aanwezig zijn. Het gaat om handgranaten, vliegtuigbommen en kleine munitie.
Vliegveld Ypenburg
De munitie komt uit de Tweede Wereldoorlog. Een deel van vliegveld Ypenburg lag langs het traject. Op en rond het vliegveld waren geschut en loopgraven. Hier kan nog munitie gevonden worden. De vliegtuigbommen kunnen diep in de grond liggen (10 tot 15 meter). Dit komt door de hoogte van de afworp, het gewicht en de bodemopbouw. Andere munitie kan dichter aan de oppervlakte liggen.
Voor het opsporen van ontplofbare oorlogsresten wordt gebruikgemaakt van oppervlaktedetectie en dieptedetectie.
Identificatie
Als tijdens het onderzoek blijkt dat er een object is, moet dit voorzichtig worden opgegraven. Dan wordt het object geïdentificeerd. Soms blijkt het iets anders te zijn. Als het inderdaad om een ontplofbare oorlogsrest gaat, wordt de Explosieven Opruimingsdienst Defensie (EOD) ingeschakeld. De EOD is de enige instantie die ontplofbare oorlogsresten veilig kan maken en opruimen. Dit gebeurt meestal op een verlaten stuk strand.
Deelgebied 2: Leidschendam-Voorburg - Zoeterwoude
Natuur: weidevogels
Er worden maatregelen getroffen om verstoring van de weidevogels te voorkomen. Denk hierbij aan het uitvoeren van werkzaamheden buiten het broedseizoen en het gebruiken van de aanlegmethode inploegen. Hierdoor wordt de bodem minder verstoord en hebben de vogels bij het zoeken naar voedsel geen last van een omgewoelde of verdichte bodem.
Op de prefab locaties (locaties waar de werkzaamheden voorbereid worden) waar maar weinig vogels broeden, kunnen tijdelijke verstoringseffecten voorkomen. Op deze plekken worden de pijpleidingen voorbereid om later te worden ingeploegd of geboord. Deze voorbereidende werkzaamheden vinden het hele jaar door plaats, ook tijdens het broedseizoen. De verwachting is dat de negatieve gevolgen beperkt zullen zijn, omdat er tijdens de uitvoering van het project maatregelen worden genomen om de prefab terreinen minder aantrekkelijk te maken voor broedende vogels.
Deelgebied 3: Leiden - Voorschoten - Wassenaar
Natuur
In dit gebied is de platte schijfhoren aangetroffen. Dit is een slakkensoort die in de gehele Oostvlietpolder voorkomt. Hij leeft in de oevers van de sloten. Alle sloten zijn onderling met elkaar verbonden. De platte schijfhoren zal zijn weg vinden naar rustiger gebied en weer terugkomen na afloop van het werk.
Bodem: archeologie
Het traject van WarmtelinQ doorsnijdt op twee plaatsen de bufferzone van Werelderfgoed Neder-Germaanse Limes. Hier worden geen graafwerkzaamheden uitgevoerd en er worden geen effecten van het werk verwacht. Omdat er mogelijk toch sprake kan zijn van archeologische vindplaatsen wordt vervolgonderzoek uitgevoerd.
Om geen risico te lopen dat we bijvoorbeeld een ridderhof of delen van de Limesweg uit de Romeinse tijd beschadigen vindt onder landgoed Berbice een boring van wel 1.5 km plaats.
Bouwimpact: verkeer en geluid
Vlakbij de wijk Stevenshof in Leiden gaan veel bouwactiviteiten plaatsvinden. Hier zal veel bouwverkeer- en geluid zijn tijdens de aanlegfase. Hierover worden heldere afspraken gemaakt met de aannemer en de inwoners ontvangen tijdig en juiste informatie over bouwplanning en uitvoering. Eén van de afspraken die nu al staat, is dat er geen bouwverkeer rijdt door de woonwijk.
Deelgebied 4: Rondom het Valkenburgse Meer
Bouwimpact: bereikbaarheid
Het Valkenburgse Meer en de horeca en recreatie daar is maar via één toegangsweg bereikbaar. In overleg met de ondernemers is besloten om ter hoogte van deze toegangsweg de warmwaterleiding door middel van een boring aan te leggen. Op die manier kan de weg open blijven tijdens de aanleg.
Een belangrijk aspect hierbij is veiligheid. Voor het verkeer én voor de bouwers. Mede daarom geldt er voor fietsers ter hoogte van het meer wel een omleidingsroute tijdens de aanleg van WarmtelinQ.
Volg het laatste nieuws over Rijswijk-Leiden
-
Aanleg WarmtelinQ Rijswijk–Leiden officieel van start
Meer informatie over Aanleg WarmtelinQ Rijswijk–Leiden officieel van startMet het dopen van de eerste bouwkraan geven directieleden van WarmtelinQ en de betrokken aannemers A.Hak en Hanab vandaag het officiële startsein voor de...
-
WarmtelinQ start in maart werkzaamheden tracé Rijswijk-Leiden
Meer informatie over WarmtelinQ start in maart werkzaamheden tracé Rijswijk-LeidenVanaf maart 2026 starten aannemers A.Hak en Hanab in opdracht van WarmtelinQ met werkzaamheden aan de warmtetransportleiding in de regio Rijswijk–Leiden en...
-
WarmtelinQ start bouwkundige opnames ter voorbereiding op werkzaamheden Rijswijk-Leiden
Meer informatie over WarmtelinQ start bouwkundige opnames ter voorbereiding op werkzaamheden Rijswijk-LeidenWarmtelinQ bereidt zich voor op de aanleg van het warmtetransportnet tussen Rotterdam en Den Haag/Leiden. Dit netwerk gaat restwarmte uit de Rotterdamse...
Vragen? Neem contact met ons op
Wilt u meer weten over de ontwikkelingen rondom het tracé Rijswijk-Leiden? U kunt ons bereiken via: [email protected]. We houden u op de hoogte via onze websites, social media en de nieuwsbrief. Meld u hieronder aan als u op de hoogte wilt blijven.