Veelgestelde vragen persbericht 8 november 2021
-
WarmtelinQ is een hoofdtransportleiding voor warmte die restwarmte vanuit de Rotterdamse haven naar Den Haag gaat transporteren. De aanleg van het eerste tracédeel, van Vlaardingen naar Den Haag, gaat nu starten.
-
Warmte is nodig voor de energietransitie in Zuid-Holland. Zuid-Holland werkt net als de rest van Nederland aan het (nagenoeg) CO2-vrij maken van de energievoorziening voor 2050. Dit betekent dat inwoners en bedrijven (waaronder de glastuinbouw) die nu vooral aardgas gebruiken, over moeten schakelen naar een andere bron voor warmte. Omdat er in Zuid-Holland veel oudere hoogbouw is, is de overstap naar warmte via een warmtenet in veel gevallen relatief goedkoop en makkelijk. Warmte is in Zuid-Holland juist in grote hoeveelheden beschikbaar, vooral restwarmte uit Rotterdam. Ook is er veel geothermiepotentie in de regio en zijn er kleine, duurzame lokale bronnen. Naast warmte via een warmtenet is all electric het belangrijkste alternatief voor aardgasverwarming in Zuid-Holland. Beide alternatieven zijn hard nodig om alle woningen en gebouwen aardgasvrij te maken. Andere bronnen, zoals duurzaam gas of waterstof, zijn beperkt of (nog) niet beschikbaar in de regio.
-
Gasunie start na het verkrijgen van de vergunningen medio 2022 met de aanleg van het tracédeel Vlaardingen-Den Haag. In 2024 wordt de bouw van de installaties afgerond zodat Eneco in 2025 warmte kan leveren aan Haagse huishoudens.
-
Met de totale capaciteit van 250 MW voor het eerste tracédeel van de Rotterdamse Haven naar Den Haag, kunnen 120.000 woningen verwarmd worden. Dat betekent een besparing van 180 kiloton CO2 en 110 miljoen m3 aardgas per jaar ten opzichte van verwarming met gas. De potentiële warmtevraag in de regio is vele mate groter dan wat WarmtelinQ kan transporteren.
-
Zeker, alle duurzame bronnen zijn nodig. De warmtevraag in de regio is vele malen groter dan WarmtelinQ aan kan. In de toekomst zullen onze huizen en bedrijven worden verwarmd door een combinatie van duurzame bronnen, zoals aardwarmte en aquathermie. Ook duurzame initiatieven, zoals bewonerscoöperaties moeten hierbij betrokken worden. De gemeenten zijn daarin erg belangrijk.
-
De restwarmte die vervoerd gaat worden met WarmtelinQ wordt nu nog geloosd. Het is zonde om daar geen gebruik van te maken. De industrie heeft bindende afspraken gemaakt om in 2050 CO2-neutraal te zijn en hiervoor de bedrijfsprocessen te verduurzamen. Daarmee wordt de restwarmte op termijn nog duurzamer. De levering van restwarmte is geen verdienmodel voor de industrie, daarom is geen sprake van een “fossiele lock-in”.
-
Dat is afhankelijk van de plannen die de gemeenten opstellen. Bij enkele gemeenten langs het tracé worden zogenoemde T-stukken aangelegd waardoor gemeentes op termijn warmtedistributienetten kunnen aansluiten. Ook voor het aansluiten van tuinbouw in Westland en Oostland zijn T-stukken voorzien.
-
Gasunie is op dit moment in gesprek met andere energieleveranciers. WarmtelinQ is een open transportnet waarvan in principe alle partijen gebruik kunnen maken.
-
Dit heeft geen gevolgen voor de aanleg van het tracé van de Rotterdamse Haven naar Den Haag. Gasunie heeft er vertrouwen in dat de transportleiding ook kan worden doorgetrokken naar de Leidse regio. Gasunie, EZK en de provincie Zuid-Holland werken momenteel hard aan de plannen daarvoor.