Kosten en risico's
-
De aanleg van zo’n grootschalige hoofdtransportleiding is een kostbare zaak. Daarom wordt er zorgvuldig doorgerekend of het project haalbaar is. De eerste conclusies luiden dat dat zo is, maar voor een commercieel bedrijf is de investering te groot en te risicovol. Daarom wordt de leiding aangelegd door de overheid. Gasunie heeft daarvoor de opdracht gekregen van het ministerie van EZK. Het ministerie stopt € 90 miljoen in WarmtelinQ. Een deel van de kosten wordt verdeeld onder de warmtebedrijven die warmte gaan afnemen. Zij betalen een vergoeding aan Gasunie, de transportkosten. Klanten van de warmtebedrijven (huishoudens en bedrijven) betalen straks voor de warmte, net als nu voor gas. In de nieuwe warmtewet wordt vastgelegd wat die warmte maximaal mag kosten, zodat de nieuwe energie voor consumenten niet te duur wordt.
-
De totale kosten van WarmtelinQ zijn hoger uitgevallen dan eerder begroot. Een deel van deze meerkosten wordt gesubsidieerd door het ministerie van EZK en de provincie Zuid-Holland. In het najaar verwachten we meer duidelijkheid te hebben over hoe het werk gefinancierd wordt. Zodra we uitsluitsel hebben over de financiering, brengen we de uitkomsten naar buiten.
-
We zitten momenteel in een formeel traject om de cijfers en de bedragen vast te stellen. In dat traject hebben we nog een aantal stappen te zetten. Sinds de start van WarmtelinQ kregen we onder andere te maken met corona en de oorlog in Oekraïne, die voor een onverwachte stijging van de kosten hebben gezorgd. Bovendien hebben we meer kosten moeten maken omdat onder meer materialen en arbeid snel duurder zijn geworden. De kosten zijn nu (en worden periodiek) bijgesteld naar het actuele prijspeil, waarbij we rekening houden met de inflatie.
-
Grootschalig warmtetransport is een nieuwe ontwikkeling. Er wordt nog gewerkt aan een nieuwe Warmtewet. Daarin komen investeringen en tarieven ook aan de orde. Het ministerie van EZK zal hierover te zijner tijd verder informeren.
-
De kosten van inkoop en transport van warmte via WarmtelinQ zijn nog niet bekend. De inschatting is dat regionale warmte (inclusief transport) nog steeds leidt tot een rendabel, kostenefficiënt en maatschappelijk wenselijk project. De warmte die leveranciers straks via WarmtelinQ bieden, is naar verwachting - als je kijkt naar de kosten per eenheid CO2-reductie - concurrerend met andere warmteoplossingen voor verduurzaming.
In Zuid-Holland is veel bestaande (hoge) bebouwing, er liggen her en der al warmtenetten en er zijn veel (rest)warmtebronnen in de buurt beschikbaar. Dat maakt dat stadswarmte in deze regio kostenefficiënt is ten opzichte van de alternatieven. Verregaande isolatie in combinatie met de aanleg van vloerverwarming en een warmtepomp is bijvoorbeeld duurder. Maatschappelijk gezien beperkt WarmtelinQ dus de kosten die voor de warmtetransitie moeten worden gemaakt. -
De kosten voor WarmtelinQ spelen alleen indirect een rol in de rekening voor stadswarmte. Een deel van de aanlegkosten mag worden doorberekend aan afnemers zoals Eneco. Het tarief dat eindgebruikers van stadswarmte uiteindelijk betalen is aan een wettelijk maximum gebonden. Dat maximum is gebaseerd op de kosten die een gemiddeld huishouden dat gas gebruikt betaalt: het zogenoemde ‘Niet-Meer-Dan-Anders-principe’. Dit beschermt de klant tegen te hoge tarieven. De warmteleverancier moet van die inkomsten alle kosten dekken, inclusief eventueel transport van regionale (rest)warmte. Deze tarieven staan onder toezicht van ACM. ACM onderzoekt via de periodieke rendementsmonitor of de rendementen die de warmtebedrijven maken redelijk zijn. Het ministerie van EZK is van plan om ook regels op te stellen voor de transporttarieven op WarmtelinQ.
-
Gasunie sluit contracten af met partijen die gebruik willen maken van WarmtelinQ. Die partijen betalen daar transportkosten voor. De kosten van de aanleg zullen zoveel mogelijk gedekt worden door de gebruikers van WarmtelinQ, de energieleveranciers. Het is een groot en duur project, maar de verwachting is dat een grootschalige hoofdtransportleiding als WarmtelinQ de meest kostenefficiënte oplossing is voor de levering van warmte. Het ministerie en de ACM controleren of Gasunie het project wel kostenefficiënt uitvoert.
-
Niet meer dan aan andere projecten waarbij leidingen in de grond worden ingebracht. Gasunie heeft hier veel ervaring mee.
-
Nee. De hoofdtransportleiding bestaat uit buizen die heel goed geïsoleerd zijn. De leiding is uitgerust met een lekdetectiesysteem. Als er een lekkage ontstaat, is dat dus direct bekend en kan die gedicht worden.
-
Gasunie heeft zorgvuldig onderzocht hoe groot de vraag naar restwarmte is. Mogelijke klanten zijn de tuinbouwsector in het Westland, gemeenten en woningbouwcorporaties in de regio.
-
Er zijn diverse studies die aantonen dat warmtenetten nuttig en noodzakelijk zijn. Het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL) concludeert in het rapport ‘Toekomstbeeld klimaatneutrale warmtenetten in Nederland’ (maart 2017) dat Nederland met warmtenetten grote stappen kan zetten in de transitie naar een klimaatneutraal energiesysteem.
Warmtenetten kunnen volgens het PBL ongeveer de helft van de benodigde warmte in Nederland leveren. Verder zegt het PBL dat warmtenetten in dichtbebouwde gebieden de goedkoopste klimaatneutrale techniek zijn. Die conclusie werd in 2015 ook getrokken door CE Delft in het rapport ‘Op weg naar een klimaatneutrale gebouwde omgeving 2050’. CE concludeert dat vooral in jongere, stedelijke gebieden de inzet van industriële restwarmte of geothermie financieel de aantrekkelijkste optie is. -
In februari 2017 keek CE Delft ook naar scenario’s voor de warmtetransitie in Den Haag. Den Haag wil in 2040 een klimaatneutrale warmtevoorziening hebben. Het onderzoeksbureau stelde toen vast dat restwarmte uit Rotterdam een goedkopere oplossing is dan alles lokaal in Den Haag oplossen. Daarmee ondersteunt CE Delft ook het concept van een hoofdinfrastructuur in Zuid-Holland. In het Klimaatakkoord staan ook doelen voor warmtenetten: in 2030 moeten 750.000 woningen en bedrijven in Nederland aangesloten zijn op een warmtenet.
Er wordt momenteel gewerkt aan een nieuwe Warmtewet, waarin regels staan voor collectieve warmtesystemen. Er kunnen dus nog dingen veranderen die mogelijk gevolgen hebben voor de kosten. Lees hier de brief van de minister aan de Tweede Kamer.