De warmtebronnen
-
Op het moment dat WarmtelinQ in gebruik wordt genomen is er warmte beschikbaar uit onder andere afvalverwerking, bijvoorbeeld de AVR in Rotterdam. Daarnaast komt er een nieuwe voedingsleiding vanaf de Vondelingenplaat in het Rotterdams havengebied. Die warmte is afkomstig van recycling, raffinage en procesindustrie.
-
Ja. Warmte die afkomstig is van productieprocessen die draaien op fossiele brandstoffen geldt als duurzame warmte. Je hoeft dan immers geen aardgas meer te verstoken en dat draagt direct bij aan de reductie van CO2. De warmte zou anders geloosd worden in het water of de lucht, maar wordt nu dus nuttig ingezet.
-
Er zijn regionale én lokale (duurzame) warmtebronnen nodig om straks voldoende duurzame warmte te hebben. De regionale hoofdinfrastructuur en lokale bronnen helpen elkaar: door WarmtelinQ wordt het mogelijk om nieuwe gebieden aan te sluiten op een warmtenet. Een warmtenet is vervolgens weer een belangrijke voorwaarde om lokale bronnen te ontwikkelen. De gemeente Den Haag ziet bijvoorbeeld mogelijkheden voor geothermie. WarmtelinQ kan, tot die bronnen zijn ontwikkeld, nieuwe gebieden van warmte voorzien. Wanneer een geothermiebron eenmaal werkt, kan WarmtelinQ als back-up fungeren. Andersom zijn lokale bronnen nodig op momenten dat er veel vraag naar warmte is, als aanvulling op de warmte van WarmtelinQ.
-
De overheid ondersteunt verschillende duurzame bronnen financieel. Het Rijk heeft ook aangekondigd de SDE+-subsidie (Stimulering Duurzame Energieproductie) meer af te stemmen op de bijdrage die verschillende warmtetechnieken en warmtebronnen leveren aan CO2-reductie. Zo moeten duurzamere bronnen relatief aantrekkelijk worden.
-
Geothermie (aardwarmte) is nog in ontwikkeling. Er moet nog beoordeeld worden of deze vorm van warmte (o.a. technisch) geschikt is voor transport via WarmtelinQ. Maar elke natuurlijke of industriële warmtebron kan in principe door WarmtelinQ worden verwerkt, mits er niet te veel of te weinig van is en de maatschappelijke kosten acceptabel zijn.
-
In het Klimaatakkoord is afgesproken dat de industrie in 2050 (vrijwel) CO₂-neutraal moet zijn. Dat geldt ook voor bedrijven die restwarmte leveren. De industrie rondom de haven van Rotterdam zal dus ook een transitie doormaken en moeten overgaan op hernieuwbare energiebronnen. De (proces)industrie zal nieuwe manieren moeten vinden om duurzame warmte op te wekken voor hun eigen processen. Dit betekent dat industriële processen die nu aardgas als brandstof gebruiken, straks waarschijnlijk op bijvoorbeeld hernieuwbare waterstof of groene elektriciteit draaien. Zie hiervoor de Havenvisie Rotterdam op de website van Port of Rotterdam. Ook na deze transitie is restwarmte uit de Rotterdamse haven een product dat blijft, ookal is de haven overgeschakeld op duurzame energie. Ook in een nieuw energiesysteem komt bij duurzame productieprocessen warmte vrij, die gebruikt kan worden in warmtenetten.
-
Er blijft in de haven voldoende warmte beschikbaar. In het klimaatakkoord en in het EU-programma Fit for 55 is afgesproken dat ook de industrie voor 2030 de CO₂-uitstoot sterk moet reduceren en verduurzamen en in 2050 CO₂- neutraal moet zijn. Ook in een nieuw energiesysteem komt bij duurzame productieprocessen warmte vrij, die gebruikt kan worden in warmtenetten. Hierdoor zijn warmtenetten toekomstbestendig.