Tweede Kamer stemt in met Wet collectieve warmte (Wcw)
Op donderdag 3 juli heeft de Tweede Kamer ingestemd met het wetsvoorstel voor de Wet collectieve warmte (Wcw). Het voorstel werd aangenomen met 101 stemmen voor en 49 tegen.
Wat is de Wcw?
De Wcw is bedoeld als opvolger van de huidige Warmtewet en bevat nieuwe regels voor warmtetransportnetten, zoals WarmtelinQ. De wet regelt onder meer de aanwijzing van warmtetransportbeheerders en de invoering van gereguleerde, kostengebaseerde tarieven.
Bij kostengebaseerde tarieven worden de prijzen gebaseerd op de totale kosten van de voorziening. Consumenten betalen voor de kosten, met eventueel een redelijk rendement voor het geïnvesteerde vermogen, en niet meer dan dat. Kostengebaseerde tarieven worden vaak gehanteerd bij diensten van algemeen nut.
'Warmtekavels'
Daarnaast geeft de Wcw gemeenten een centrale rol in de warmtetransitie. Gemeenten krijgen de bevoegdheid om warmtebedrijven aan te wijzen voor specifieke gebieden, de zogenoemde 'warmtekavels'. Ook wordt in de wet vastgelegd dat warmtebedrijven op termijn in publieke handen moeten komen, wat betekent dat private partijen hun warmtebedrijven zullen moeten overdragen aan publieke instellingen.
Voorstel naar Eerste Kamer
Nu het wetsvoorstel is aangenomen door de Tweede Kamer, volgt behandeling in de Eerste Kamer. Deze kan het voorstel alleen in zijn geheel aannemen of verwerpen. Indien de Eerste Kamer dreigt het voorstel te verwerpen, kan de minister van Klimaat en Groene Groei (KGG) nog wijzigingen voorstellen om voldoende steun te verkrijgen. Als de Eerste Kamer instemt, kan de Wcw op 1 juli 2026 in werking treden nog vóórdat WarmtelinQ in bedrijf wordt gesteld.