Impressie bijpraatsessie WarmtelinQ Rijswijk – Leiden, 6 maart 2023
Vanuit WarmtelinQ verzorgen Johan Simon en Martin Hogeboom deze bijpraatsessie. Willemien Croes van de provincie Zuid-Holland beschrijft de planning van het te doorlopen traject.
Aanleiding sessie
Eind 2022 zijn er vier gebiedsgesprekken gehouden over het WarmtelinQ-tracé tussen Rijswijk en Leiden. Tijdens die gesprekken is een vervolg beloofd als er meer bekend zou zijn. De onderzoeken die nodig zijn voor het opstellen van de milieueffectrapportage (MER) en de voorkeursalternatiefnotitie vergen meer tijd dan verwacht.
De nieuwe gebiedsgesprekken vinden plaats op 12, 13, 19 en 20 april. Ter overbrugging is dit bijpraatmoment georganiseerd voor iedereen die benieuwd is naar de huidige stand van zaken. Er is een presentatie voorbereid van stand van zaken per deelgebied van de alternatieven/varianten met aandachtspunten en dilemma’s gedeeld. Er is gelegenheid om tussentijds vragen te stellen.
Planning
Momenteel lopen de onderzoeken waarop de MER wordt gebaseerd. WarmtelinQ werkt toe naar besluitvorming door de provincie over een voorkeursalternatief (VKA) in mei 2023. Vervolgens kunnen gemeenten en andere overheden reageren op het voorontwerp van het Provinciaal Inpassingsplan. Verwacht wordt dat in oktober 2023 het ontwerp Provinciaal Inpassings Plan (PIP) wordt vastgesteld en vervolgens in november en december 2023 ter inzage gaat. Iedereen kan op de stukken een reactie (zienswijze) indienen. Het definitieve Provinciale Inpassingsplan (PIP) volgt dan in het eerste kwartaal van 2024. Dan is de planvormingsfase afgerond en kan de uitvoeringsfase starten.
Vier deelgebieden
De presentatie van vanavond volgt de vier gebieden van het WarmtelinQ-tracé tussen Rijswijk en Leiden. Dit zijn dezelfde vier gebieden als die bij de gebiedsgesprekken eind 2022 zijn gedefinieerd. Martin Hogeboom loopt de vier gebieden langs en vertelt wat de verschillende afwegingen in ieder gebied zijn.
Vragen naar aanleiding van de presentatie
Hoeveel overlast veroorzaakt een boring en hoeveel tijd vergt dat?
Eeen exact antwoord is hier nog niet op te geven. Dat is afhankelijk van de lengte en het soort boring. Het is met name de voorbereiding van een boring die de meeste tijd vergt. De boring zelf duurt vaak niet zo lang. Naarmate meer duidelijk wordt over hoe WarmtelinQ aangelegd wordt, kunnen meer details worden gedeeld en dat gebeurt uiteraard ruim voordat de uitvoering start.
Waar eindigt de boring die onder landgoed Berbice en het spoor Den Haag-Leiden doorgaat precies?
Dat is nog niet bekend. Dat zal in het ontwerp-PIP staan.
Wat is het voordeel van de inploegtechniek boven open ontgraving?
Inploegtechniek gaat zeker sneller. Bij deze techniek wordt de grond als het ware open gesneden. Vervolgens wordt in één beweging de leiding de grond in getrokken. Daarna wordt de grond weer machinaal dicht geklapt. We onderzoeken nog of in deze gebieden de samenstelling van de grond zich leent voor inploegen. Bij het inpassingsdeel van de MER moet de aanlegtechniek over het gehele traject definitief zijn. Dat is namelijk medebepalend voor het ruimtebeslag tijdens de uitvoering. WarmtelinQ zal voorafgaand aan de gebiedsgesprekken in april filmpjes van de verschillende aanlegtechnieken delen zodat belangstellenden zich daarvan een beeld kunnen vormen.
Hoe kruist WarmtelinQ de veenwatering in het gebied grenzend aan de Stevenshof?
Dit gebeurt door middel van een boring of afzinken.
Wanneer worden 0-metingen gedaan? Van landschap en natuur, maar ook van omliggende gebouwen.
Voor gebouwen doen we dit direct voorafgaand aan de start van werkzaamheden. Voor de flora en fauna wordt voorafgaand aan uitvoerig (veld-)onderzoek gedaan door ecologen die op basis van bekende gegevens en waarnemingen nagaan welke en hoeveel (beschermde) soorten ergens zitten of gebieden die als habitat geschikt zijn.Zo nodig worden voorafgaand aan werkzaamheden mitigerende maatregelen getroffen om schadelijke effecten zo veel mogelijk te voorkomen.
Zijn de ruimtelijke ontwikkelingen aan de zuidoost kant van het Valkenburgse meer in beeld?
In het kader van de MER inventariseert WarmtelinQ inderdaad voor het hele tracé ruimtelijke plannen en ontwikkelingen van andere overheden of initiatiefnemers die raakvlakken (kunnen) hebben met het tracé van de warmteleiding. Zo nodig past WarmtelinQ het tracé of de uitvoeringswijze daarop aan.
Hoe blijft het water warm tot het bij mijn huis is?
Het water in de aanvoerleiding heeft een temperatuur van boven de 100 graden Celsius (dit fluctueert per seizoen). Bovendien is het warmteverlies in dit soort transportleidingen minimaal (minder dan 5% over het hele tracé), omdat ze erg goed geïsoleerd zijn. Daarom hoeft het water gedurende het transport niet extra opgewarmd worden.
Hoe worden de woningen op WarmtelinQ aangesloten?
WarmtelinQ is de hoofdtransportleiding. We brengen de warmte van de ene regio naar de andere regio. Het is aan de distributeurs (Eneco, Vattenfall) om voor aansluiting op woningen te zorgen. Iedere gemeente heeft een Warmtetransitievisie opgesteld. Daarin kunnen bewoners zien hoe de gemeente de warmtetransitie voorziet in hun eigen wijk.
Komt er een aftakking voor Voorschoten?
WarmtelinQ maakt aftakkingen mogelijk door een T-stuk aan te leggen en zo’n T-stuk voor Voorschoten zit in het ontwerp. Het is nog niet zeker of het ook daadwerkelijk wordt aangelegd. Dit hangt af van de warmtevraag. Er moet voldoende vraag naar warmte zijn om de investering in een T-stuk te rechtvaardigen.
Wat voor materiaal wordt er gebruikt voor de leidingen?
Het zijn stalen buizen die zwaar worden geïsoleerd (met PUR of ander isolatiemateriaal). Daaroverheen zit nog een mantel van kunststof (PE) die de isolatie op zijn plek houdt en de leiding droog houdt.
Afsluiting bijpraatsessie
Johan Simon sluit de bijpraatsessie af met een greep uit alle belanghebbende partijen waarmee WarmtelinQ in gesprek is over alle aandachtspunten die dit project raken. Daarnaast organiseert WarmtelinQ momenten waarin iedereen mee kan praten. Dat is onder meer de tweede ronde gebiedsgesprekken. Die zijn op 12, 13, 19 en 20 april op dezelfde locaties als de eerste ronde gebiedsgesprekken van eind 2022. U kunt zich hier aanmelden voor de tweede ronde gebiedsgesprekken.
- Gebiedsgesprek tracédeel tussen Rijswijk en Leidschenveen
- Gebiedsgesprek tracédeel in het buitengebied langs de A4
- Gebiedsgesprek tracédeel langs de Rijnlandroute
- Gebiedsgesprek tracédeel rondom het Valkenburgsemeer
Daarnaast is er op 22 mei een webinar voor iedereen die daar online bij aanwezig wil zijn.
Daarvoor kunt u zich hier aanmelden.