Impressie vierde gebiedsgesprek (20 april) – tracédeel rondom Valkenburgse meer
Donderdag 20 april was het gesprek over het deelgebied rondom het Valkenburgse meer en de aanlandlocatie. Er waren 25 genodigden aanwezig. Van deze aanwezigen was ongeveer de helft aanwezig ook bij het vorige gebiedsgesprek. Net als op de vorige avonden hebben we de MER onderzoeken, het voorgenomen VKA en de overige onderwerpen behandeld.
De meeste aanwezigen waren belanghebbenden, omdat zij in de buurt van het tracé wonen of er een bedrijf hebben. Ze waren dan ook vooral benieuwd naar het voorgenomen Voorkeursalternatief (VKA). De reacties op de keuze voor variant 5 (zie de presentatie) waren divers. Sommigen waren opgelucht dat de aanleg van die variant niet bij hen in de buurt komt. Anderen spraken hun zorgen uit, omdat het voorkeurstracé juist wel bij hen in de buurt ligt. Eén van de aanwezigen (een bewoner aan de zuidzijde van de A44) sprak meerdere keren zijn zorgen en wantrouwen uit over het risico op trillingen. Zijn zorgen zijn vooral gebaseerd op zijn negatieve ervaringen bij de aanleg van de RijnlandRoute. We hebben kunnen toelichten dat we gevolgen van trillingen en zettingen uitgebreid onderzoeken en indien nodig maatregelen treffen.
Een vertegenwoordiger van het Smalspoormuseum sprak zijn zorgen uit over de bereikbaarheid van het museum tijdens de werkzaamheden. We hebben toegelicht dat we oplossingen zoeken om ervoor te zorgen dat bedrijven in de buurt van onze woningen zo goed mogelijk bereikbaar blijven.
Verder is verteld dat we een gestuurde boring voorzien vanaf de Ommedijkseweg tot in het klaverblad van de kruising A44 en N206. We hebben toegelicht dat voor deze boring een aanzienlijke uitlegstrook nodig is ten zuiden van het intredepunt van de boring. Aanwezigen stelden naar aanleiding hiervan vragen over het fietspad naast de Ommedijkseweg. Zij vrezen dat dit fietspad gedurende lange tijd niet bereikbaar is. We hebben aangegeven dat nog niet bekend is welke gevolgen de werkzaamheden voor het fietspad hebben.
Net als voorgaande avonden werden ook hier verschillende vragen over groen en ecologie gesteld. We hebben kunnen toelichten dat we hier onderzoek naar doen en ervoor zorgen dat we de situatie altijd hetzelfde en liefst nog beter achterlaten dan we het aantroffen. In het geval groen moet wijken voor de aanleg van de leidingen, zorgen we voor compensatie. Op plekken waar dit het geval is, maken we samen met de gemeente en andere belanghebbenden herinrichtingsplannen.
Een vertegenwoordiger van Vattenfall heeft de relatie tussen WarmtelinQ en de Leidse stadsverwarming kunnen toelichten. Hij vertelde welk kwadrant bij het klaverblad gekozen is als aanlandlocatie en waarom. Hij heeft verder toegelicht waarom een piek en back-upinstallatie (P&BU) nodig is. Hij gaf een toelichting op de ruimtelijke situatie bij de aanlandlocatie en toonde een bovenaanzicht van het voorlopig ontwerp van de piek & back-up en WOS-installatie. Een van de aanwezigen vroeg of het mogelijk is het dak van de installaties te vergroenen. De vertegenwoordiger van Vattenfall heeft aangegeven dat dit om verschillende (veiligheids)redenen niet mogelijk is, maar dat Vattenfall wel zonnepanelen plaatst. Een vertegenwoordiger van Bomenbond Rijnland meende dat de aanlandlocatie aangewezen is als plek voor groencompensatie. De vertegenwoordiger van Vattenfall gaf aan dat dit het geval is bij andere kwadranten van het klaverblad.
Het was een informatieve avond, met soms wat scherpe kritische geluiden. Dit was te verwachten, gezien het directe belang dat bewoners en bedrijven nabij het tracé hebben. We hebben de vervolgstappen toegelicht en aangegeven dat we opnieuw bij de betrokkenen terugkomen zodra we zicht hebben op de resultaten van de onderzoeken voor de project-MER. Daarnaast blijven we één-op-één afstemmen met betrokkenen.
Heeft u vragen naar aanleiding van dit verslag?
Neem hierover contact op met de omgevingscoördinator.