Impressie derde gebiedsgesprek (19 april) – tracédeel langs de Rijnlandroute
Woensdagavond 19 april was het gesprek over het deelgebied langs de Rijnlandroute tussen de A4 en A44. Een goed bezochte avond. Er waren ongeveer 30 mensen aanwezig. Ongeveer de helft hiervan was ook aanwezig geweest bij het gebiedsgesprek in november. Net als op de vorige avonden in deze ronde hebben we de MER onderzoeken, het voorgenomen VKA en de overige onderwerpen behandeld.
We hebben veel gesproken over de Oostvlietpolder. De aanwezigen die hier een belang hebben, stelden verschillende vragen over hoe wij omgaan met ecologische waarden in het gebied. We hebben nogmaals benadrukt dat we een werkgebied altijd hetzelfde en liefst beter achterlaten dan we het aantreffen. Als we kansen zien, maken we graag werk met werk. Ook hier hebben we aangegeven dat we kansen zien om grote delen van de Oostvlietpolder de leidingen in te ploegen. Die boodschap werd goed ontvangen. Desondanks hebben we ook hier het eerlijke verhaal verteld en aangegeven dat we met het uitleggen van drie boringen (A4, Vliet en Berbice) en de aanleg van het tracédeel door de polder wel stevig aan het werk zullen zijn en dat dit de nodige impact zal hebben op de omgeving.
Ook onze werkzaamheden op Voorschotens grondgebied (met name de locatie tussen de twee boringen van de Vliet en landgoed Berbice, ter hoogte van de Hofweg) zijn zorgvuldig besproken. We hebben hier kunnen toelichten waarom we de leiding hier (tussen Leidseweg/ Voorschoterweg en de Vliet) in open ontgraving moeten aanleggen. Dit heeft verschillende redenen, zoals de optie om hier een T-stuk (link naar T-stuk) te plaatsen en de maximale lengte van de boring onder landgoed Berbice. In deze discussie is ook het perceel ten zuiden van Leidseweg/ Voorschoterweg met de hoge archeologische verwachting ter sprake gekomen en de manier waarop we hiermee omgaan. Dit leidde verder niet tot discussie.
Een aantal aanwezigen stelde vragen over het mogelijke T-stuk en de voorzieningen die nodig zijn om aan te sluiten op een lokaal distributienet. We hebben toegelicht dat een warmteoverdrachtstation nodig is. We hebben verteld dat dit buiten de scope van ons project valt en dat het de verantwoordelijkheid van de gemeente is om hier een locatie voor aan te wijzen.
Verder hebben we hebben toegelicht dat de grond in de buurt van de Stevenshofniet geschikt is om de leiding in te ploegen. Daar leek begrip voor. Ook het onderzoeken van de mogelijkheid om het verdiepte deel van de RijnlandRoute te gebruiken om onze leidingen voor te bereiden werd goed ontvangen. Daarnaast is aangegeven dat het tracé om het veelbesproken Buizerdbosje wordt aangelegd.
Heeft u vragen naar aanleiding van dit verslag?
Neem hierover contact op met de omgevingscoördinator.